Zijnde een beschrijving van de struktuur van de tweede fase-opleiding WTMC

Doelstelling

De tweede fase-opleiding WTMC is een vierjarige post-doctoraalopleiding die leidt tot een door een van de deelnemende universiteiten uit te reiken doctoraat. Het thema van de opleiding is gelijk aan het onderzoekprogramma van de Onderzoekschool WTMC. De deelnemers aan de opleiding worden ‘promovendi’ genoemd. Zij hebben doorgaans een aanstelling als assistent in opleiding of een promotiebeurs bij een van de deelnemende instellingen, of een aanstelling als onderzoeker in opleiding bij NWO.

De eindtermen van de opleiding zijn:

  • Het verwerven van een grondige kennis van zowel de klassieke als de contemporaine opvattingen en inzichten over de verwevenheid van wetenschap, technologie en moderne cultuur.
  • Het ontwikkelen van het vermogen om deze kennis te verwerken in eigen onderzoek en het vermogen het eigen werk te situeren ten opzichte van deze achtergrond.
  • Het verwerven van inzicht in de samenhang van de ontwikkelingen op het eigen vakgebied met ontwikkelingen in de verschillende moederdisciplines (in het bijzonder filosofie, sociologie en geschiedwetenschap).
  • Het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden en methoden en technieken, alsmede van het vermogen de sterke en zwakke kanten van verschillende methoden te beoordelen vanuit verschillende onderzoekvraagstellingen.
  • Het verwerven van de vaardigheden die nodig zijn voor het functioneren als volwaardig onderzoeker, zoals het mondeling en schriftelijk kunnen presenteren van onderzoekverslagen in het engels en het nederlands en het kunnen deelnemen aan wetenschappelijke discussies in genoemde talen.
  • Het verwerven van de vaardigheden om maatschappelijke en culturele problemen en vraagstellingen te vertalen in wetenschaps- en technologieonderzoek en vice versa.
  • Het vermogen om contacten te leggen en te onderhouden met internationaal vooraanstaande onderzoekers op het vakgebied.

Curriculum-opbouw

De opleiding kent een lokale, een nationale en een internationale component. De nationale en internationale component van de opleiding omvat 800 studieuren.

Lokale component

De promotor van de betrokken promovendus is verantwoordelijk voor de uitvoering van de lokale component van de opleiding.

Een belangrijk deel van het onderwijs op lokaal niveau bestaat uit de begeleiding bij het schrijven van een proefschrift. Daarnaast heeft de lokale component de volgende elementen:

  • het wegwerken van eventuele deficiënties in de vooropleidingen van promovendi
  • het verdiepen van de achtergrondkennis en vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van het promotie-onderzoek, zowel in de vorm van training in specifieke onderzoeksvaardigheden als in de vorm van aanvullende literatuurstudie;
  • het verschaffen van een stimulerend intellektueel klimaat.

Deze lokale component wordt aan elk van de universiteiten die aan de WTMC-opleiding deelnemen op een eigen manier ingevuld. In het opleidingsplan van elke promovendus wordt dit nader gespecificeerd. De wetenschappelijk directeur WTMC houdt toezicht op de opleidingsplannen.

Landelijke en internationale component

De wetenschappelijk directeur en de secretaris/coördinator van de Onderzoekschool WTMC zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de landelijke en internationale component van de opleiding.

Voor het met vrucht kunnen deelnemen aan de landelijke en internationale component is het noodzakelijk dat de promovendus beschikt over een kennisniveau op de terreinen van de wetenschapsfilosofie, de kennissociologie, de technieksociologie en de cultuurfilosofie van de moderne samenleving dat vergelijkbaar is met het kennisniveau van degenen die een eerste fase opleiding op het terrein van wetenschap, technologie en moderne cultuur (zoals ‘cultuur- en wetenschapsstudies’, RL, ‘wetenschapsdynamica’, UvA, ‘wijsbegeerte van wetenschap en techniek, UT) hebben afgerond. Promovendi met een andere dan een van de genoemde voorleidingen dienen zonodig eerst (lokaal) eventuele deficiënties weg te werken.

De landelijke en internationale component van de opleiding bestaat uit een tweetal internationale zomerscholen en vier nationale workshops waaraan de promovendus in de eerste twee jaar van de opleiding dient te participeren, alsmede twee internationale winterscholen die in het derde en vierde jaar dienen te worden gevolgd. In de laatste twee jaar van de opleiding kan de promovendus daarnaast participeren aan de activiteiten van de verschillende deelprogramma’s van de Onderzoekschool WTMC.

Zomerscholen

De zomerscholen zijn gewijd aan sleutelfiguren en sleutelthema’s op het terrein van de relaties van wetenschap, technologie en moderne cultuur. De inhoud wordt per jaar vastgesteld. De zomerscholen bieden promovendi de gelegenheid vertrouwd te raken met veelbediscussieerde thema’s in de internationale literatuur, alsmede met internationaal toonaangevende onderzoekers.

De zomerscholen duren 1 week. Ca. 50% van deze tijd wordt besteed aan onderwijs dat gegeven wordt door (doorgaans) een centrale docent. Ca. 30% is gereserveerd voor bijdragen van diverse andere docenten. Ca. 20% is gereserveerd voor presentaties te verzorgen door participerende promovendi.

De zomerscholen worden in de Engelse taal onderwezen. Naast de Nederlandse deelnemers is zijn er plaatsen gereserveerd voor buitenlandse studenten uit soortgelijke opleidingen.

Van de deelnemers wordt per zomerschool 2 weken voorbereiding gevraagd.

Workshops

De thema’s van de workshops zijn vast. Er is sprake van een cyclus van vier workshops. De thema’s zijn:

  1. het research-systeem
  2. techniekontwikkeling en maatschappelijke regulering van technologie
  3. technisch-wetenschappelijke cultuur en rationaliteit
  4. kennis en professionele praktijken.

De workshops duren elk 3 dagen. Het onderwijs wordt verzorgd door uiteenlopende, doorgaans aan Nederlandse universiteiten verbonden, docenten. Ca. 15% van de workshop is beschikbaar voor presentaties door promovendi. Van de deelnemers wordt per workshop 6 dagen voorbereiding gevraagd. De workshops gezamenlijk bieden de promovendus een gedegen inzicht in de voornaamste ontwikkelingen op het terrein van het onderzoek naar wetenschap, technologie en moderne cultuur. Een nadere opspliting van de genoemde thema’s volgt:

  1. het research-systeem
    1. evolutie van het systeem waarbinnen wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt; ontwikkeling van disciplines en specialismes; sociologie van het wetenschapssysteem
    2. scientometrische beschrijving en analyse van kennis-ontwikkeling
    3. veranderingen in de relaties van wetenschappelijk onderzoek met extern-wetenschappelijke actoren, waaronder overheden, sociale bewegingen en bedrijven
    4. wetenschapsbeleid en research-management
  2. techniekontwikkeling en maatschappelijke regulering van technologie
    1. theorieën over en methodologieën voor het traceren van de ontwikkeling van technische systemen en artefacten
    2. sociale geschiedenis van de techniek
    3. de evolutie van de technologische cultuur; veranderingen in risico-problematiek
    4. sturing van technologie-ontwikkeling; technologie en democratie; technologie en economie
  3. technisch-wetenschappelijke cultuur en rationaliteit
    1.  klassieke wetenschapsfilosofie
    2. cultuurfilosofie van wetenschap en technologie; rationaliseringstheorieën;
    3. culturele verbeelding van wetenschap en technologie (in media, kunsten, politieke geschriften en programma’s); ‘public understanding’ van wetenschap
    4. normatieve problemen in de technologische cultuur
  4.  kennis en professionele praktijken.
    1. recente kennis- en beroepensociologie
    2. geschiedenis van (met name medische en sociale) wetenschappen in relatie tot professionele praktijken
    3. wetenschapsontwikkeling in de verzorgingsstaat
    4. normatieve aspecten van technisch-wetenschappelijke professionele praktijken; wetenschap en ethiek

Winterscholen

Tijdens de winterscholen presenteren promovendi (deel-)resultaten van hun onderzoek voor een gehoor bestaande uit collega-promovendi, alsmede Nederlandse en buitenlandse onderzoekers. De voertaal is Engels. 25% van de beschikbare plaatsen kan worden ingenomen door buitenlandse studenten van soortgelijke opleidingen. De winterscholen duren 3 à 4 dagen. Ter voorbereiding wordt van elke deelnemende promovendus een eigen (Engelstalig) artikel verwacht. Deze artikelen worden gebundeld en te voren ter lezing toegestuurd. Tijdens de winterschool zullen daarnaast door geselecteerde Nederlandse en buitenlandse onderzoekers overzichtscolleges worden gegeven over recente en te verwachten ontwikkelingen op het terrein van het onderzoek naar wetenschap, technologie en moderne cultuur, totaal ca. 20% van de beschikbare tijd.

Deelname aan activiteiten van deelprogramma’s

De derde en vierde jaars promovendi worden uitgenodigd deel te nemen aan de activiteiten die door de deelprogramma’s van het onderzoeksprogramma WTMC worden georganiseerd.